Japchae

 

Wanneer ik voor het eerst iets eet uit een bepaald land en ik vind het lekker, dan ga ik die keuken verder onderzoeken en kan het zomaar zijn dat ik ineens drie keer in de week iets van dat land kook. Zo heb ik in het verleden onder andere als een gek Italiaans, Chinees, Indonesisch, Thais en Indiaas staan koken. Momenteel zit ik in mijn Koreaanse periode. Ik heb inmiddels met diverse Koreaanse gerechten geëxperimenteerd en deze week kookte ik japchae, wat zo makkelijk en lekker was, dat ik besloot  hier meteen maar het recept van te posten.

Ik ben doorgaans niet vies van de gerechten die bij de Nederlandse Chinese restaurants worden verkocht. Niks mis met een ku Lo yuk of babi pangang. En hoewel dat met echt Chinees eten natuurlijk weinig te maken heeft, zijn die gerechten op zich hartstikke lekker. Tjap tjoy vind ik echter doorgaans niet te eten. Ik ben gek op groenten, maar dat weeïge snotterige sausje dat erover heen zit trek ik niet. Er zal vast een betere echt Chinese variant van zijn, of misschien is er een restaurant hier dat het niet zo ranzig klaarmaakt, maar dat ben ik dan nog niet tegen gekomen.

Ik liep tijdens mijn Koreaanse kookwoede tegen japchae aan en realiseerde me dat als je dat woord hardop uitspreekt, de ‘j’ wat als een tsj klinkt en dat het dus vast een Koreaanse variant van tjap tjoy moet zijn. Er gaan, net als in Tjap tjoy, ook veel geroerbakte groenten in (spinazie, wortel, ui, champignons en paprika), gemarineerde biefreepjes met shiitake en glasnoedels gemaakt van zoete aardappel (die een bijzondere beetje gummi-achtige structuur hebben). Het geheel wordt op smaak gebracht met knoflook, sojasaus en sesam. Het was echt heerlijk eten, vele malen lekkerder dan die snotprut van de afhaal en absoluut voor herhaling vatbaar!

Vrijwel alle ingrediënten van dit gerecht zijn makkelijk te verkrijgen, maar voor de noedels zal je een beetje moeite moeten doen. De glasnoedels van zoete aardappel (dangmyeon) zijn misschien niet makkelijk te vinden, maar wel essentieel voor de authenticiteit van het gerecht. Op zichzelf zijn ze niet echt heel lekker, maar wanneer ze ook maar met een beetje sojasaus en sesamolie op smaak worden gebracht, heb je meteen al iets heel veel beters. Ik vond ze in ieder geval erg lekker, maar vooral de structuur vond ik fijn. Kun je ze niet krijgen bij een toko of Aziatische winkel bij je in de buurt, dan zijn hier online te bestellen.

Wanneer je die moeite niet wilt doen, dan kun je ze vervangen door de wat makkelijker verkrijgbare glasnoedels gemaakt van mungbonen (die ook cellophane noodles, laksa, soe oen of su’un genoemd worden). Voor welke glasnoedelsoort je ook kiest, ze zijn allemaal keihard en laten zich vrijwel niet breken zoals veel andere soorten noedels gemaakt van rijst of tarwe. Ze zijn echter ontzettend snel zacht, dus wanneer  je ze langzaam in kokend water laat zakken, krijgen ze de kans om snel slap te worden en zo passen zelfs de grote bossen dangmyeon altijd in je pan.

De shii take in dit recept zijn de gedroogde shii take. Deze paddestoelen krijgen een andere, veel diepere smaak wanneer ze gedroogd zijn en laten zich niet echt vervangen door verse. Ze worden zó veel gebruikt in de Aziatische keuken, dat ze makkelijk verkrijgbaar moeten zijn in elke Aziatische winkel of toko.

Nog één tip. Zorg dat je de ingrediënten gesneden klaar hebt staan voordat je begint met bakken. Zo kun je alles snel achter elkaar in de pan doen en verpietert niet je ene groente, terwijl je de andere nog staat te snijden.

Japchae (2-3 personen)
200 gram biefstuk in reepjes (soort biefstuk maakt niet zoveel uit, als het maar een mager en mals stuk rundvlees is en geen vlees dat lang gestoofd moet worden)
3 gedroogde shiitake, minimaal 20 minuten geweekt in heet water en daarna in dunne reepjes gesneden
2 tenen knoflook, fijngehakt
300 gram spinazie
3 lente-uien, alleen het wit en licht groen, diagonaal in stukken van ongeveer 2 cm gesneden
1 middelgrote wortel, julienne gesneden
1 paprika, julienne gesneden
1 middelgrote ui, in dunne halve ringen
125 gram witte champigons, in plakjes gesneden
120 gram dangmyeon (Koreaanse glasnoedel van zoete aardappel)
3 eetlepels lichte sojasaus (bijvoorbeeld Kikkoman)
2 eetlepel sesamolie
1 eetlepel suiker
1 eidooier
Arachideolie
Optioneel: sesamzaad

Meng de reepjes shii take met de knoflook, sojasaus, sesamolie en suiker. Klop goed zodat het grootste deel van de suiker is opgenomen door de saus. Meng dit met de biefreepjes en zet dit apart om even te laten marineren.

Scheid een eidooier van het eiwit en klop de dooier een beetje. Verhit een heel klein beetje arachideolie in een koekenpan en bak het eigeel, terwijl je het eigeel snel met een spatel uitspreidt in een rechthoek (dit moet snel, want het is erg dun, dus snel klaar). Keer het en bak de dooier een paar seconden op de andere kant. Haal je mini omelet uit de pan, rol het op en snijd het in ragdunne reepjes. Omdat je alleen de dooier gebruikt heb je extra gele eireepjes, die behalve voor smaak, vooral ook prachtig voor de kleur zijn in je uiteindelijke gerecht.

Breng een grote pan water aan de kook en blancheer daar (ongeveer 3 á 4 minuten op hoog vuur) de spinazie in. Haal de spinazie met een frituurschep of schuimspaan uit het kokende water en spoel in een vergiet om met koud water. Wring vervolgens met je handen de spinazie zo goed mogelijk uit, zodat je later niet een kleddernatte prak spinazie in je wok gooit. Hak de spinazie in wat grove stukken en zet aan de kant (maak je geen zorgen omdat het koud is, het warmt straks snel weer op). Kook vervolgens de noedels in je nog kokende water volgens de aanwijzingen op de verpakking (mijn noedels waren in 7 minuten gaar). Giet ze af in een vergiet, spoel om met flink wat koud water, doe een beetje sesamolie op je hand en masseer dat wat door de noedels (om te voorkomen dat ze aan elkaar gaan plakken). Wanneer je noedels erg lang zijn, kun je ze in handzamere stukken knippen of snijden. Zet ze aan de kant (Ook deze worden later wel weer warm) en verhit je wok of grote koekenpan op hoog vuur.

Doe een flinke scheut arachideolie in de pan en bak de groenten in deze volgorde: Eerst de ui, dan de wortel erbij, dan de paprika erbij, daarna de champignons en als laatste de lente-ui. Laat voordat je elke volgende groente toevoegt, eerst de vorige wat slap worden, maar zorg dat de groente nog wel een klein beetje beet houdt.Je wilt ze niet bijna rauw en knapperig, maar ook niet heel erg slap. Wanneer de groenten gaar genoeg zijn naar je zin, haal je ze uit de pan en zet je ze even aan de kant.

Doe opnieuw wat olie in je pan en doe daar het gemarineerde vlees in. Bak dit heel erg kort. Beide kanten moeten dichtgeschroeid zijn en de binnenkant maar nét gaar (biefstuk wordt snel droog wanneer het te lang gebakken wordt). Als je de reepjes niet te dik hebt gesneden, zijn ze in anderhalf tot twee minuten wel klaar.

Wanneer je vlees net gaar is, doe je de groenten (ook de spinazie) en de glasnoedels erbij om allemaal nog even door te warmen. Roer er ook de eireepjes door.

Verdeel over borden en bestrooi eventueel met sesamzaad.

Deze hoeveelheid is zonder extra’s ruim voldoende voor 2 personen. Dit gerecht wordt ook wel met rijst erbij gegeten en dan is deze hoeveelheid voldoende voor 3-4 personen.

Eet smakelijk!


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *